Pianist Alexandre Tharaud voegt een nieuw geluid toe aan de Bachdiscografie.
Alexandre Tharaud heeft zich de laatste jaren in Nederland vooral gemanifesteerd als eminent Satie-vertolker. Denk aan de briljante dubbel-cd Avant-dernières pensées die hij wijdde aan deze excentrieke Fransman. Toch is dat slechts één kant van de minstens zo vreemde Franse pianist. Hoewel hij naar het schijnt nog steeds geen piano in huis heeft en in de periode voor een belangrijke opname bij voorkeur geen piano aanraakt, weet Tharaud om het even welke componist aan het publiek te verkopen. Rameau, Ravel, Chopin, Satie, Scarlatti, het maakt hem niet uit. Onder zijn handen krijgen ze allemaal een hedendaagse urgentie. Wat weer niet wil zeggen dat Alexandre Tharaud zich niets aantrekt van alles wat er op het gebied van de historische uitvoeringspraktijk gebeurt. Hij doet er alleen het zijne mee.
Dat blijkt ook weer op zijn jongste juweeltje, waar hij met het op historische instrumenten spelende ensemble les violons du roi onder leiding van Bernard labadie vijf klavierconcerten van Bach aanpakt. tharaud houdt daarbij vast aan zijn moderne vleugel, maar laat wel in elke noot horen dat hij zijn klavecinisten en historische traktaten kent. Het resultaat is een wonderlijk hybride Bach die je niet zomaar loslaat. Het komt vaker voor dat moderne en historische instrumenten een huwelijk aangaan, maar tharaud en labadie plaatsen het ensemble en de vleugel opmerkelijk scherp tegenover elkaar. Ze dagen uit tot een vorm van ‘scheef luisteren’. Zo komen de veelal bekende Bachconcerten in een nieuw licht te staan en onvermoede details treden op de voorgrond. luister bijvoorbeeld naar het adagio van BWv 1052. of naar de mooi gecontroleerde wijze waarop de vleugel in het eerste allegro van BWv 1054 uit het ensemble opduikt.
Bijzonder is ook het concert voor vier klavieren en orkest BWv 1065, dat Bach componeerde naar vivaldi’s concert voor vier violen op. 3 nr. 10. Zonder technische hulpmiddelen kan het live nooit klinken zoals het nu op cd wordt gepresenteerd. tharaud bespeelt namelijk alle vier de partijen zelf en in het eindresultaat is niet hoorbaar dat het hier gaat om een virtueel pianokwartet. Knap werk, vooral in het largo, waar het vooruitstrevende vlechtwerk dat Bach over de piano’s verdeelt overeind blijft en zelfs de allure krijgt van een soort minimal music. een andere aardige toevoeging is het arrangement van Bachs bewerking van het adagio uit het hoboconcert van Benedetto Marcello BWv 974 (tharaud maakte een combinatie van Bachs versie voor klavier solo en de oorspronkelijke Marcello-partituur). Maar het belangrijkste is dat labadie en tharaud erin zijn geslaagd een nieuw geluid toe te voegen aan de Bachdiscografie, een geluid dat even vertrouwd en herkenbaar is als nieuw en hedendaags.
Paul Janssen
