blogsurf

maandag 15 oktober 2012

Radiohead-Ziggo Dome 14-10-2012


Radiohead deed Amsterdam aan – de recensies, tweets en video’s

Thom Yorke (links) en Jonny Greenwood tijdens het Ziggo Dome concert van de King of Limbs tour van Radiohead. Foto NRC / Andreas Terlaak
Thom Yorke (links) en Jonny Greenwood tijdens het Ziggo Dome concert van de King of Limbs tour van Radiohead. Foto NRC / Andreas Terlaak
CULTUUR
Zo’n zeventienduizend man zag gisterenRadiohead in de Amsterdamse Ziggo Dome. Het werd een dwarsdoorsnede van twintig jaar Radiohead, met veel nieuw werk afgewisseld door klassieke publieksfavorieten. Uiteraard met uitzondering van het illustere Creep (want). De eerste recensies op een rij. 
Vierentwintig songs speelde Radiohead (zie hier de hele setlist) in de spiksplinternieuwe Ziggo Dome, waar de band zo’n twee uur voor uittrok. In de recensies van het eerste concert van Radiohead in Nederland in vier jaar zijn de meningen slechts een klein beetje verdeeld:

‘RADIOHEAD HEEFT DE LICHTSHOW HARD NODIG’

Volgens NRC-recensent Jan Vollaard nadert Radiohead “het gevaarlijke breekpunt waar de lichtshow belangrijker dreigt te worden dan de muziek.” Bij elk nummer, schrijft Vollaard vandaag in NRC Handelsblad, werd gisteren in de Ziggo Dome een spectaculair nieuw lichtplan uit de computer getoverd, in helle kleuren die niet zelden vloekten met de ingetogen mineurtonen die door de zes schaduwen op het podium werden voortgebracht.
“Live woekert de groep uit Oxford met de schaal waarop ze hun gedeconstrueerde popmuziek naar hun arenapubliek moeten brengen. Sinds het doorbraakalbum OK Computer uit 1997 is hun muziek alsmaar experimenteler geworden, met abstracte elektronische klanken die steeds meer de plek van de gitaren zijn gaan innemen. Muziek als van het recente album The King Of Limbs laat zich niet makkelijk vertalen naar de gangbare praktijk van een rockband. De sfeer is somber en frontman Thom Yorke zingt met een eeuwige snik in de stem.
Het leek schizofreen, hoe Radiohead moeiteloos kon omschakelen van de robotmuziek van Kid A naar de heavy gitaarsound van Myxomatosis. De breakbeat van The Gloaming werd passend ingevuld door gastmuzikant Clive Deamer (van o.a. Portishead) op drums, terwijl vaste drummer Phil Selway met een tamboerijntje rammelde. De weldadige melodie van Karma Police werd gevolgd door de loodzware subbassen van Feral, een knipoog naar de dubstep die door Radiohead net zo gretig wordt omarmd als andere elektronische dansmuziek. Het complexe Paranoid Android blijft de vreemdste meezinger ooit.
Al die verschillende gezichten maken dat Radiohead de lichtshow hard nodig heeft om er een coherent geheel van de maken. Songs van OK Computer fungeren nog altijd als steunpilaren onder een setlist met veel traag voort meanderende nummers. Een duidelijke spanningsboog was er niet, afgezien van de decibellenexplosie van het disconummer Idioteque waarmee een lawaaiige climax werd afgedwongen. Stergitarist Jonny Greenwood is tegenwoordig het gelukkigst als hij in zijn cockpit van toetsenborden over zijn knoppen gebogen kan zitten. Na een van de vele toegiften werden de gitaren ironisch boven de hoofden geheven.”
Lees de hele recensie in de digitale editie van NRC Handelsblad, alleen voor abonnee’s.

‘WAANZINNIG GOED’

Volkskrant-recensent Gijsbert Kamer:
Twitter avatargijsbertkamer Gijsbert KamerWaanzinnig goed, Radiohead vanavond. Twee drummers waren sinds The Fall in 82 niet zo essentieel. Maar wie was die Selway kloon?17 uur geleden
Twitter avatargijsbertkamer Gijsbert KamerNatuurlijk 5 sterren voor Radiohead. Er is geen band die doet en kan wat zij doen voor groot publiek. Adembenemend mooi was het. Alles.2 uur geleden
De Selway-kloon is trouwens Clive Deamer, drummer van Portishead, die Radiohead met een tweede drumstel bijstond.
Thom Yorke in de Ziggo Dome. Foto NRC / Andreas Terlaak
Thom Yorke in de Ziggo Dome. Foto NRC / Andreas Terlaak

‘GENADE, WAT WEET HET VIJFTAL VANAF HET BEGIN TE OVERWELDIGEN’

Bij Kicking the Habit is Joris Rietbroek in overtuigd. En dat terwijl die auteur de band al voor de elfde keer ziet.
“Genade, wat weet het vijftal – aangevuld met Portishead-drummer Clive Deamer als extra slagwerker – vanaf het begin te overweldigen met vijf nummers die de grilligste, meest experimentele kant van Radiohead door de jaren heen vertegenwoordigen. Vooruit, OK Computer-favoriet Lucky zit er in het begin al tussenin als onverwoestbare behager, maar daarvoor is er de start met The King of Limbs-opener Bloom, de Flying Lotus-achtige compositie die een stuk voller en dynamischer wordt gespeeld dan op plaat. Met hoofdrollen voor de samengespeelde jazzy ritmes van drummer Phil Selway en hulpkracht Deamer die hier meteen onmisbaar blijkt, plus een Thom Yorke die direct laat horen geweldig bij stem te zijn.”
“Jawel, bijna een echte droomsetlist dus met bijna alle kanten van 20 jaar Radiohead erin verwerkt, op muziek van eerste albums Pablo Honey en The Bends na. In deze bloedvorm, met een band die intens speelt maar zeldzaam ontspannen en met zichtbaar plezier op het podium staat, is het eigenlijk zonde dat deze tour er na deze herfst alweer op zit. Voor nu belooft 2013 het jaar van Thom Yorke’s nevenproject Atoms For Peace te worden. En daarna? Niet te zeggen. Voor hetzelfde geld verrast Radiohead weer eens met nieuw werk, maar met hetzelfde gemak duurt het met deze perfectionisten weer twee, drie jaar. Wat niet te hopen is.
Lees het hele verslag bij Kicking the Habit.

‘VEEL VENIJN’

Atze de Vrieze, van 3voor12:
Twitter avataratzedevrieze Atze de VriezeIk vond het geweldig vanavond. Heel dappere set, elektronisch, kalme nummers, maar ook veel venijn, nul stadionbombast. #radiohead16 uur geleden

‘GEWELDIG IN BALANS’

Ook weinig negatieve woorden bij Live XS. Yorke was uitermate goed in vorm, schrijft auteur Milo Lambers:
“Het geluid is geweldig in balans. De vijf bandleden plus tweede drummer Clive Deamer staan op het podium op een eilandje omringd door synthesizers, trommels, piano’s, versterkers en radio’s, maar klinken als een onbreekbare eenheid. Over de pompende basis van de twee drums heen is elke kleine toetsenpartij of sambabal perfect hoorbaar.”
“Yorke is meer dan ooit de smaakmaker op het podium. Wat heeft die man een halo om zichzelf heen hangen. De creep is niet meer. Hij danst op Lotus Flower, lacht, maakt interactie en zingt fantastisch.”
Lees de hele review bij Live XS.

‘WAT ONTZETTEND GOED’

Nobert Pek, journalist voor onder meer nrc.next en Nieuwe Revu:
Twitter avatarnorbertpek Norbert PekWat ontzettend goed, wederom. En dan nog even eindigen met Everything in it's right place en Idioteque. Plus een flard Björk.#radiohead17 uur geleden
Die ‘flard Björk’ zat hem in Everything in it’s Right Place, dat werd ingezet met een deel van Björk’s Unravel (Spotify).
Een dansende Thom Yorke gisteravond. Foto NRC / Andreas Terlaak
Een dansende Thom Yorke gisteravond. Foto NRC / Andreas Terlaak

‘MEER DAN GESLAAGDE TERUGKEER IN AMSTERDAM VOOR RADIOHEAD’

Bij NU.nl is auteur Harm Groustra juist te spreken over het decor: “Nog altijd gedreven en perfectionistisch (tot aan het sterke decor dat de laatste tournee zeker overtreft toe), maar vooral oprecht en niet te rebels om zo nu en dan toe te geven aan entertainment,” schrijft hij.
“Radiohead maakt de jaren van afwezigheid weer goed. Het belangrijkste wapenfeit van de band sinds de laatste show in de hoofdstad diende zich afgelopen jaar aan in de vorm van The King Of Limbs, een album dat bepaald niet zo goed ontvangen werd als voorganger In Rainbows.”
“Hij [Thom Yorke] lijkt zich meer dan ooit op zijn gemak te voelen met zichzelf. En dan maakt het ook niet uit dat bijvoorbeeld Creep niet gespeeld wordt: eigenlijk past het nummer toch totaal niet in de set. Bovendien is er voor emotie (Karma Police) en verrassing (A Wolf At The Door) alsnog meer dan genoeg ruimte vrij gemaakt.”
Lees het hele stuk bij NU.nl

‘NIEUWE NUMMERS HET BEST’

Muziekblogger Niels Aalberts:
Twitter avatarehpo Niels AalbertsDe nieuwe nummers waren gewoon het best #Radiohead17 uur geleden

KRAKEND EN BEWOGEN: FANBEELDEN

Dan de video’s. Veel fans stonden na het concert met een lamme arm buiten, omdat ze de halve show met hun telefoon omhoog hadden gestaan. Vervelend als je er precies achter staat, maar een uitkomst voor als je er niet bij was.
Niet alle 24 nummers van de setlist van gisteravond zijn vastgelegd (of in elk geval nog niet online gezet), maar een aardige greep is te maken. Duidelijk is het verschil in afstand, kwaliteit van beeld en geluid en er zijn altijd lui die vrolijk door blijven kleppen. Dat hoort erbij.
Openingsnummer Bloom:
Vrolijke fans bij het tweede nummer van de avond, Lucky:
Aardig in beeld gebracht is 15 Steps, het derde nummer en opener van voorlaatste cd In Rainbows:
Nummer vier van de avond, in hd, Kid A:
Van dezelfde filmer als Kid A komt ook Reckoner. In stemmig zwartwit:
Het ingetogen You and Whose Army:
Er werd lustig gebabbeld bij de filmer van Nude:
Een gloednieuw nummer, Ful Stop:
Nu al een moderne klassieker uit het Radiohead-repertoire, Lotus Flower:
There There, nummer twaalf van de avond, gefilmd van afstand, maar met aardig geluid:
Meegezongen tot aan het plafond van de Ziggo Dome (waar ondergetekende van kan getuigen): Karma Police:
En ook Paranoid Android, waar de lichten flink getest werden, bleek niet vergeten. Het werd nummer zestien van de ‘reguliere show’:
Paranoid Android, maar dan wat dichterbij:
Het eerste nummer van de eerste toegift, Give Up the Ghost:
Supercollider:
Yorke vroeg het publiek te helpen bij de vele woorden in de afsluiter van Hail to the Thief, A Wolf at the Door. Ze zpeelden het nummer voor het eerst deze tour:
Niet zo’n best geluid, maar een indruk van het lekker heftige Bodysnatchers:
De tweede toegift begon met How to Disappear Completely:
Het ultieme einde van de show met Idioteque (pas op: rond minuut 2.10 schiet ineens het volume omhoog):
LEES MEER OVER:
 
AMSTERDAM
RADIOHEAD
ZIGGO dome





Weergaloos en nog altijd eigenzinnig *****

15-10-12   14:23 uur
Zanger Thom Yorke en gitaris Jonny Greenwood van de Britse band Radiohead, gisteravond in de Ziggo Dome. © ANP
RECENSIE  

Het concert oogde zoals het klonk: het decor veranderde voortdurend
Thom Yorke is geen prater. De frontman van Radiohead spreekt tijdens een concert hooguit vijftien woorden. Hij zegt gedag, mompelt wat in de microfoon, en meldt terloops iets onverstaanbaars over Amsterdam.

Toch is Yorke een imponerende podiumverschijning. Hij danste gisteren in de uitverkochte Ziggo Dome als een bezetene. Maar dan wel op zijn geheel eigen wijze: in trance bijna, met bezwerende armgebaren en een lijf dat wiegen tot kunst verheft.

Weinig knuffelbaar
Yorkes eigenzinnigheid bepaalt al jaren het karakter van Radiohead. En het bijzondere is: die eigenzinnigheid wordt met de jaren alleen maar groter. Radiohead, al bijna twee decennia aan de top, blijft zoeken en tasten. Hun muziek - elektronica en weinig knuffelbare liedstructuren - vraagt om een actief en gretig publiek.

Het vorig jaar verschenen album The King of limbs is hun meest radicale sinds Kid A uit 1999. Beide platen vormden de basis van een weergaloos optreden in Amsterdam. Een optreden dat uniek was in zijn soort: op het podium een band die zich aan rockclichés en meedeiners onttrekt, en in de zaal 17.000 uitzinnige fans - het is een beetje alsof de wave rondgaat tijdens een experimenteel project in een theater aan de Nes.

Donderende ovatie
Het bezoek van Radiohead had het effect van een innige omhelzing. Zo zong Yorke Nude van het album In rainbows (2007) zo precies en zo gevoelig dat het publiek na de laatste noot in een donderende ovatie uitbarstte. Een ander hoogtepunt was de wijze waarop de band van Karma police, gespeeld op akoestische gitaar, direct doorschakelde naar de abstracte techniek van Feral.

Radiohead, uitgerust met een extra drummer, speelde in een decor dat de hele avond van kleur en vorm veranderde. Daarmee oogde het concert zoals het klonk: intrigerend, origineel, en voortdurend balancerend op de grens van virtuositeit en experiment.

Bekijk hier een fotoreeks van het optreden.(Door: Ronald Ockhuysen)


Concertverslag: Radiohead in bloedvorm toont Ziggo Dome al zijn gezichten

 Radiohead @ Ziggo Dome. Foto:  Erik Luyten.
Radiohead @ Ziggo Dome. Foto: Erik Luyten.
Radiohead dat anno 2012 nog steeds razendsnel een Nederlandse zaal van 17.000 man uitverkoopt. Spreekt voor zich, toch? Een monumentaal album als het alweer vijftien jaar oude OK Computer blijft immers wel hangen in het collectieve geheugen. Ondanks de experimenteerdrang van Kid A werd ook die plaat door veel mensen omarmd, evenals de albums (en tournees) daarna.
Wat verder flink helpt: de duizenden fans goed op hun honger laten zitten. Tussen Hail To The Thief (’03) en de bliksemrelease van In Rainbows (’07) zat ruim vier jaar, waarna ook het weer experimentelere The King of Limbs van vorig jaar bijna vier jaar op zich liet wachten. In die volgende periode van vier jaar tourde Radiohead ook niet, dus als er anderhalf jaar na de laatste albumrelease dan een concert komt in de gloedjenieuwe Amsterdamse Ziggo Dome, dan willen we daar allemaal naar toe. Wat blijkt als na dagen van opwarmen dat concert begonnen is: het ligt helemaal lang niet altijd voor de hand dat deze band nog zo’n groot publiek vanaf het begin in de ban weet te houden, strikt muzikaal gezien.

Want genade, wat weet het vijftal - aangevuld met Portishead-drummer Clive Deamer als extra slagwerker – vanaf het begin te overweldigen met vijf nummers die de grilligste, meest experimentele kant van Radiohead door de jaren heen vertegenwoordigen. Vooruit, OK Computer-favoriet Lucky zit er in het begin al tussenin als onverwoestbare behager, maar daarvoor is er de start met The King of Limbs-opener Bloom, de Flying Lotus-achtige compositie die een stuk voller en dynamischer wordt gespeeld dan op plaat. Met hoofdrollen voor de samengespeelde jazzy ritmes van drummer Phil Selway en hulpkracht Deamer die hier meteen onmisbaar blijkt, plus een Thom Yorke die direct laat horen geweldig bij stem te zijn.
Er is al snel 15 Step met z’n merkwaardige patroon van tien beats op een 5/4maat, gevolgd door Kid A dat toch nog steeds een van de abstractere elektronicanummers van dat gelijknamige album is. Er volgt als klap op de vuurpijl een Hail To The Thief-duo: een niet eerder zo vuil gespeeld en opgeblazen klinkend Myxamotosis en de door diepe bassen, jazzy drums en claustrofobische samples gedreven protestsong The Gloaming. 
Allemaal welbeschouwd geen makkelijk behapbare hits, maar donkere, uitdagende stukken muziek die je anders nooit in een zaal van 15.000+ bezoekers hoort. Dat Radiohead dit wel flikt, is nog uitzonderlijk. Het geluid in deze vierkante Dome klinkt intussen robuust hard en meestal zuiver, wat je gerust een enorme meevaller mag noemen. Al dreigt de mix wel enkele keren in een brei te verzanden als ieder bandlid voluit staat te spelen. Na dit eerste half uur krijgt de opvallend compact aanvoelende Ziggo Dome echter de andere gezichten van Radiohead te zien, met eerst rustiger, melodieuzer vaarwater in de vorm van het kalmpjes opbouwende Separator en de ontroerende In Rainbows-favorieten Reckoner en Nude. De stevige rockkant wordt intussen niet vergeten: een There There of Bodysnatchers spugen nog steeds vuur.
Als deze totaal verschillende nummers al niet de aandacht van het hele publiek pakken, dan is er altijd nog het grootste decor dat Radiohead ooit meehad op tour om je aan te vergapen. Een zaalhoge wand van LED-buizen achter gigantische LED-schermen laten alle kleuren van de regenboog zien in steeds weer andere patronen. Visuals die steeds perfect aansluiten bij de sfeer van ieder nummer. Kalm, of juist druk en claustrofobisch als het moet. Gifgroene schitteringen dus tijdens The Gloaming, of knalharde, effectieve overgangen van zachtblauw naar helrood in climaxen van Lucky en There There. Telkens weer andere kleuren en sferen, terwijl twaalf vierkante schermen boven de band continu andere richtingen op kantelen om de verrichtingen op het podium in close-up te laten zien. Bewonderenswaardig hoe goed hier over is nagedacht en hoe mooi het er allemaal uit ziet.
Alle kleuren tegelijkertijd flitsen op al die schermen bij nieuw nummer Ful Stop, een benauwende rocksong met ijle gitaarpartijen en een gejaagde drive à la Bodysnatchers. Dat is inderdaad nieuwer werk dan de The King Of Limbs-nummers in het concert, die live al helemaal hun plek binnen het oudere werk hebben gevonden. Het blijkt weer: de studioversies op plaat zijn blauwdrukken voor de veel dynamischer en vetter aangezette liveversies, zodat Lotus Flower onverwacht een stevige danskraker wordt en de nerveuze gitaren van Ed O’Brien en Jonny Greenwood van Good Morning Mr. Magpie wel heel intens maken.
Het opzwepende werk in het bijna instrumentale Feral is weer eens weggelegd voor de dubbele drums. En voor diepe bassen uit de synth van een manisch dansende Yorke, die je voelt tot in je maag. Als er al een minpuntje is te noemen over de set, dan is deze track wat onhandig ingeklemd tussen dé twee OK Computer-publieksfavorieten: een tot achterin meegezongen Karma Police en Paranoid Android, als afsluiter van de reguliere set. Een voorlopig besluit dus, want de eerste, heel spannende toegift biedt een bloedjemooi rustpunt door enkel Greenwood en Yorke op het podium met de rustig wiegende ballade Give Up The Ghost, de grootse zangmelodieën van Record Store Day-single Supercollider en een zelden gespeeld A Wolf At The Door, waarin Yorke meer een poging doet tot rappen dan zingen.

En net als je denkt dat Radiohead deze avond voor het eerst in jaren Kid A nagenoeg links heeft laten liggen, is er een laatste toegift met dé drie favorieten van dat album: treurballade How To Disappear Completely die werkelijk zorgt voor wat tranen hier en daar, een losjes groovend Everything In It’s Right Place dat Yorke inleidt met een stukje van Björk’s Unravel en als opzwepende afmaker de beats en noise van Idioteque.
Jawel, bijna een echte droomsetlist dus met bijna alle kanten van 20 jaar Radiohead erin verwerkt, op muziek van eerste albums Pablo Honey en The Bends na. In deze bloedvorm, met een band die intens speelt maar zeldzaam ontspannen en met zichtbaar plezier op het podium staat, is het eigenlijk zonde dat deze tour er na deze herfst alweer op zit. Voor nu belooft 2013 het jaar van Thom Yorke’s nevenproject Atoms For Peace te worden. En daarna? Niet te zeggen. Voor hetzelfde geld verrast Radiohead weer eens met nieuw werk, maar met hetzelfde gemak duurt het met deze perfectionisten weer twee, drie jaar. Wat niet te hopen is.
Wat ondergetekende wel zeker weet: voor de elfde keer een band zien die je na zoveel jaar nog steeds weet te verbluffen en verbazen, ook al kun je de muziek dromen en weet je onderhand wel wat te verwachten van een Radiohead-show, dat is ongekend en uitzonderlijk. En zielsgelukkig makend. Omdat het nog steeds kan.

Gezien: Radiohead, zondag 14 oktober, Ziggodome, Amsterdam. Foto's:  Erik Luyten.


Radiohead liet in de Ziggo Dome rock links liggen en onderstreepte de kracht van zijn nieuwe, experimentele werk, schrijft Volkskrant-recensent Gijsbert Kamer.
  • Radiohead

    • Oordeel van onze recensent
Vier jaar geleden was Radiohead voor het laatst in Nederland te zien, in het Westerpark in Amsterdam. Prachtig optreden, met het beeld van de ondergaande zon tijdens Lucky nog lang op het netvlies. Radiohead imponeerde door een uitgelezen balans tussen publieksvriendelijke rockliedjes met een behoorlijk meebrulelement, die vooral op hun eerste drie albums te vinden zijn, en het wat moeilijker te doorgronden elektronische werk, waarmee de band zich sinds Kid A (2000) afficheert.

Dat evenwicht werd in een uitverkochte Ziggo Dome wreed verstoord. Hetzelfde Lucky mocht als tweede liedje de liefhebbers van het 'oude' Radiohead even behagen. In de twee uur die volgden, lag de nadruk op het per album verder van rock 'n roll afliggende experimentelere werk.

Met het vorig jaar verschenen The King Of Limbs als meest vervreemdende album tot nu toe, was niet te verwachten dat Radiohead naar de Ziggo Dome zou komen voor een moppie gitaarrock; al kunnen er bijna twintigduizend man in deze nieuwe zaal en wordt door iedere artiest die zalen van die grootte aandoet de wetmatigheid gehanteerd dat je het je publiek niet te moeilijk moet maken.

Fabelachtig
Radiohead had zondag lak aan dergelijke conventies. Het zwaartepunt lag bij The King Of Limbs, hun slechtst verkochte maar zonder meer spannendste album tot nu toe. Een meezingbaar liedje is er niet op te vinden, maar live stegen vanaf de opening Bloom alle nummers boven zichzelf uit. Wat hielp, was allereerst het fabelachtig mooi afgestelde geluid. Een knisperend synthloopje werd nooit verdrukt door gitaar- of drumwerk, en de tweede drummer Clive Deamer verbreedde het geluid meer dan dat hij het verdiepte.

En dan was er het oogverblindende spel met licht, videobeelden en decorstukken. Prachtig hoe tegen een bloedrode achtergrond tijdens You And Whose Army?, dat met de ogen dicht al kippenvel bezorgde, de verbeten zingende kop van Thom Yorke van alle borden de zaal in keek.

Licht en geluid droegen ertoe bij dat het grote Ziggo Dome opmerkelijk intiem voelde. En dan was er natuurlijk de bloedstollende muziek.

De eerste twee albums werden genegeerd. Geen Creep, Just, Street Spirit of High And Dry dus. Van hun succesvolste plaat OK Computer kwamen behalve Lucky aan het slot Karma Police en Paranoid Android voorbij, maar veelzeggend wellicht klonken die fletser en vlakker dan het altijd voor moeilijk gehouden recente werk.

Gebeuk
Adembenemend was bijvoorbeeld het dubbele drumwerk waarmee Seperator begon. Toen halverwege Yorke zelf zeer subtiel begon te soleren hielden de drummers op tegen elkaar in te spelen, om gelijk op te gaan. Dat was een moment uit velen waarin de kracht van het nieuwe werk werd onderstreept.

Radiohead durfde het aan experimentele muziek groot te presenteren en het publiek ging er volledig in mee. Een tot voor kort live onuitvoerbaar geacht amorf nummer als Kid A, bleek toch te spelen. En heerlijk dat vervreemdende stuk elektronisch gebeuk in Feral tussen de hits van OK Computer aan het slot.

Toen kwam er nog een reeks toegiften, met Everything In It's Right Place als zoveelste hoogtepunt. Er is geen band die dit aandurft, er is geen band die dit kan. Radiohead bewees zich als het allerbeste en meest spannende wat popmuziek in 2012 te bieden heeft.



donderdag 23 augustus 2012

recensie: Dead can Dance - Anastasis

Herrijzenis van de doden

door 
23 augustus 2012

Ergens, midden in Ierland, verscholen tussen de bomen, ligt een oud kerkje. Diensten worden er niet meer gehouden, maar dit jaar werd er wel een wederopstanding gevierd: die van Dead Can Dance, dat er zijn eerste album sinds 1996 voltooide. Lisa Gerrard en Brendan Perry gaven hun nieuweling de toepasselijke titel Anastasis mee, Grieks voor herrijzenis. 

Ooit begonnen als post-punk band in de tijd dat dit 'gothic' heette, ontwikkelt de band in de loop van de jaren tachtig een uniek geluid: een mix van folk en klassieke muziek van alle tijden en uit bijna alle windstreken. Opvallend is de duidelijke scheiding tussen de Gerrard en de Perry-nummers: haar woordeloze klanktapijten zijn etherisch en ongrijpbaar; zijn songs aards en bespiegelend. Dat blijft zo wanneer de twee na 1996 solo verder gaan. Het levert sterke albums op, maar de voor Dead Can Dance kenmerkende balans is weg. Dat de ex-geliefden de handen weer in een hebben geslagen is dan ook niet echt verrassend, eerder kun je zeggen dat het sinds hun reünietour van 2005 nog lang heeft geduurd.

Op zijn Grieks
De Griekse cultuur is een terugkerend element op Anastasis. Zowel de Griekse muziek als de Griekse filosofie dienen als inspiratie. Bovendien is Griekenland de plaats waar Oost en West samenkomen, en Anastasis brengt een mengeling van Oosterse en Westerse muziek. Gerrard en Perry leveren beiden vier composities. Perry mag openen met 'Children of the Sun'.  Dit keer is het niet Socrates of Democritus, maar Joni Mitchell aan wie hij schatplichtig is:

We are anchient, as anchient as the sun
We came from the ocean, once our ancestral home
So that one day we could all return
To our birthright: the great celestial dome
We are children of the sun 
Our journey's just begun
Sunflowers in our hair.

Het is een volwassen en integer eerbetoon aan de Woodstock-generatie.

Gerrard neemt het stokje over op 'Anabasis' en 'Agape'. Naast haar kenmerkende vocalen is ook de subtiele instrumentatie indrukwekkend. Perry's gedoseerde gitaarparijen onderscheiden zich van Gerrard's solomateriaal. Hetzelfde kan gezegd worden van het onheilspellende 'Kiko'. Op 'Amnesia' benadrukt Perry het belang van de lessen die we kunnen leren van de geschiedenis. Op 'Opium' herneemt Perry de thema's van 'Children of the Sun' en 'Amensia', maar deze keer wil Perry ontsnappen en vergeten, 'but all roads look the same: they lead nowhere'.

All in Good Time
Na de zwaarmoedigheid van 'Kiko' en 'Opium' verrast Dead Can Dance met 'Return of the She-King'. Het is een duidelijke verwijzing naar Lord of the Rings en de soundtrack van die film. Plotseling klinken daar glorieuze Keltische uillean pipesen geeft Gerrard een overtuigende Enya-imitatie weg. Het is een controversiële geste van Gerrard, omdat de fans de associatie van Dead Can Dance met de als kitsch gediskwalificeerde Enya altijd hebben gehekeld. Hoe het ook zij, 'Return of the She-King' is het meest toegankelijke nummer van Anastasis en komt precies op het goede moment.

Na deze finale verzorgt Perry een ingetogen epiloog met 'All in Good Time'. Na de spirituele zoektocht en de radeloosheid heeft de compassie het laatste woord.

When you reach the end of your rainbow
Chasing shadows and down on you luck
Look for the sign 
Look for a sign 
As you rise to the weary top of your mountain 
Just remember those whose lost souls are on their way down. 

Zo blijken Perry's afzonderlijke songs op een geraffineerde manier met elkaar samen te hangen.

Die scherpe focus is kenmerkend voor Anastasis als geheel: na veertien jaar afwezigheid weten Gerrard en Perry hun eigen creaties beter te doorgronden. Dat leidt niet tot radicaal nieuwe inzichten en ook niet tot de meest memorabele melodieën, maar wel tot de comebackplaat waarop de fans zo lang hebben gewacht.  

donderdag 9 augustus 2012

Sleeper

Artiest:
Keith Jarrett
Genre:
Jazz
 
Uitgever:
ECM Records
Formaat:
CD
Verschenen augustus 2012
Sleeper




OOSTERSE MUZIEKINVLOEDEN VERTALEN ZIJ MET OVERTUIGING NAAR HET IDIOOM VAN AMERIKAANSE JAZZMUZIEK4


Personal Mountains (1989) van pianist Keith Jarrett en zijn Europese kwartet bestaat uit enkele live-opnamen in Tokio van 17 april 1979. Nu volgt Sleeper, een registratie van het volledige concert van een dag eerder, verspreid over twee cd's.
Zinloos? Nee. Sleeper geeft een beter beeld van de legendarische status van het kwartet. Mooi om te horen hoe Jarrett en saxofonist Jan Garbarek in topvorm verkeren. Oosterse muziekinvloeden vertalen zij met overtuiging naar het idioom van Amerikaanse jazzmuziek.
Soms spannend, wanneer Garbarek zijn fluit en percussie bespeelt, soms mierzoet in glazuurbrekende Jarrettmelodieën met Garbareks sopraansax. Als beide dominanten strijden om het hoogste woord, wat regelmatig gebeurt, raakt het wat rusteloos.
De energie bij de muzikanten en in de zaal is voelbaar. Ze kunnen stukken zonder veel spanningsverlies uitrekken naar het half uur. Daarin ligt de reden van deze uitgave - 33 jaar naar dato: het ter plekke componeren in de compositie waardoor elk concert een beleving was.
(Recensie door Tim Sprangers, gepubliceerd op 08-08-2012

zaterdag 21 juli 2012

Blikje scheuten


In november 1972 verscheen de vierde LP van de experimentele, vernieuwende, grensverleggende Duitse groep CAN. Ege Bamyasi was de titel van het album, dat getooid was met een afbeelding die je kan opvatten als een lichte vorm van zelfspot: een blik. CAN had in 1972 een top 10 hit gehad met het nummer Spoon, vooral dankzij het gebruik ervan als herkenningsmelodie van een populaire thriller-serie op de Duitse TV, Das Messer. De opbrengsten van de hit hielpen CAN om een oude bioscoop te huren en in te richten als eigen studio, in een plaatsje in de buurt van Keulen, en daar werd Ege Bamyasi opgenomen. Drummer Jackie Liebezeit is subtiel funky, bassist Holger Czukay is als altijd een drijvende kracht, en gitarist Michael Karoli had het er druk mee om zanger Damo Suzuki (die zijn carrière als straatmuzikant was begonnen) en toetsenist Irmin Schmidt van het schaakbord los te rukken om mee te doen met repetities en opnamen. Nog steeds een toffe plaat om te horen, die inmiddels veertig jaar oude werkstuk. Niet voor niets noemde Melody Maker CAN toendertijd de meest consistente experimentele rockgroep van Europa.Een eerdere Wissel met werk van CAN vind je hier. En met het playertje kun je natuurlijk op je eigen tijdstip luisteren naar dit blikje wonderlijke muziek:



De Wissel van 21 juli 2012












zondag 15 juli 2012

Stanley Kubrick: The Exhibition + retrospectief (deel 2)

Met de blik van een meester

door 
22 juni 2012

In dit tweede deel kijken we naar Kubricks werk tussen 1970 en zijn dood in 1999. Die periode begon met zijn meest omstreden film en gaat via twee zeer verschillende boekbewerkingen naar een film die zijn laatste bleek te zijn, alhoewel hij dat toen niet kon vermoeden, en waar hij zelf het meest tevreden over was.
DEEL 1 | DEEL 2
X-rating en copycats
A Clockwork Orange
A Clockwork Orange
In zijn meest omstreden film A Clockwork Orange (1971), gebaseerd op de gelijknamige roman van Anthony Burgess, ging de regisseur verder met zijn zoektocht naar de toekomst en de drijfveren van de mens. Alex (Malcom McDowell) en zijn 'droogs' (een van de vele taalvondsten van Burgess die Kubrick met veel bravoure verwerkt in de film) hangen rond in de Korova Milkbar, als ze tenminste niet bezig zijn met het in elkaar slaan van voorbijgangers, het aanranden van vrouwen of het terroriseren van ouders en volkomen vreemden. Als Alex wordt verraden door zijn maten ondergaat hij in de gevangenis een experimentele techniek om het inherente geweld in hem te onderdrukken. Maar als hij vrijgelaten is blijft de vraag overeind of Alex echt is genezen. A Clockwork Orange was zeer controversieel door de geweldscènes en het plezier waarmee Alex en zijn droogs dat geweld uitoefenen. De film kreeg een X-rating en Kubrick nam de film zelfs uit roulatie in Groot-Brittannië toen de film copycats bleek te inspireren. Tieners kleedden zich als Alex en zijn bende en begonnen daadwerkelijk het terreurbewind uit te oefenen uit de film. Toen een vrouw werd verkracht die beweerde dat de dader beïnvloed was door de film stapte Kubrick zelf naar producent Warner Brothers, erop aandringend dat de film in Groot-Brittannië pas na zijn dood vertoond mocht worden. En zo geschiedde.
Barry Lyndon
Barry Lyndon
De trend die Kubrick inzette met 2001 enNapoleon, een lange voorbereiding en een uitgebreid researchtraject, zette hij door met zijn volgende film. Vier jaar, waarvan twee jaar opnames, werkte hij aan Barry Lyndon, een kostuumdrama gebaseerd op de roman van William Makepeace Thackeray The Luck of Barry Lyndon. Kubrick castte opnieuw een ster in de hoofdrol, ondanks zijn eerdere aanvaringen met Kirk Douglas. Ryan O'Neal is de achttiende-eeuwse titelheld die zich omhoog werkt in de Engelse upper class, om daarna te ontdekken dat de weg ernaartoe en de positie hem geen geluk hebben gebracht. Visueel is Barry Lyndon (1975) een van de mooiste films ooit gemaakt. Net als in 2001 verlegde Kubrick grenzen, ditmaal door het uitbannen van kunstlicht bij de opnames. Alle scenes in de film die licht nodig hebben krijgen dat van kaarsen. Omdat de generatie lenzen die toen in film gebruikt werden niet lichtsterk genoeg waren voor die omstandigheden wende Kubrick zich tot Zeiss. De lenzenmaker beschikte over speciale 50mm lenzen die met een diafragma van f/0.7 ongekend lichtsterk zijn. Ze waren eerder gebruikt voor de Apollo-landingen op de maan. Speciaal voor de film werden die aangepast zodat ze met Kubricks camera’s gebruikt konden worden. Het effect dat hij ermee bereikte is schitterend en Barry Lyndon heeft een schilderachtige kwaliteit die zelden meer gezien is in cinema. Maar een publieksfilm is het niet, daarvoor ligt de nadruk te veel op sfeer en is hij te traag. De film kreeg 7 Oscarnominaties, waaronder Beste Film en Kubricks laatste als beste regisseur. Voor de technische kwaliteiten werd Barry Lyndon wel gewaardeerd, maar opnieuw won Kubrick niet de regieprijs. Teleurgesteld als hij was over de publieksontvangst besloot Kubrick dat zijn volgende film een commercieel succes moest worden.
De horror in de mens 
The Shining
The Shining
The Shining, het boek van Stephen King, leek een vreemde keuze voor Kubrick. Het horrorgenre zou een stap te ver zijn voor de rationele regisseur. Maar de enorme populariteit van King en de casting van Jack Nicholson in de hoofdrol deden de verwachtingen niettemin tot grote hoogte stijgen. Het resultaat is een film die weliswaar volbloed horror is, maar van een heel andere orde dan wat liefhebbers kenden en wat de lezers van King verwachtten. Die laatsten waren dan ook de eersten die afhaakten toen ze merkten hoe rigoureus de filmmaker had gesneden in de plot van King. Waar die vooral de nadruk legde op het bovennatuurlijke en het onverklaarbare gaat Kubrick op zoek naar de horror in zijn personages en de kilte van het Overlook hotel. Een kilte die voortkwam uit Kubricks berekenende en intellectuele aard, die inging tegen de onderbuiktactieken van King. De technische innovatie in deze film beperkt zich tot een ingenieus gebruik van de steadicam, waarmee de filmmaker shots kon maken die met traditionele dollies en cranes niet mogelijk waren. Het waren vooral de opnames van The Shining (1980) die Kubrick de reputatie van perfectionist bezorgden. Die opnames duurden ruim een jaar en de acteurs hadden het zwaar met Kubricks vele retakes en de honderden scriptwijzigingen, soms meerdere per dag. Vooral Shelley Duvall leed eronder en de paniek en stress die de fragiele actrice in haar rol over weet te brengen lijkt een rechtstreeks gevolg van de druk die Kubrick op haar legde.
Full Metal Jacket
Full Metal Jacket
De tijd die Kubrick besteedde aan voorbereidingen bereikte een nieuwe piek bij zijn volgende film: aan Full Metal Jacket (1987) werkte hij bijna zeven jaar. De film is gebaseerd op de roman The Short-Timers van Gustav Hasford, waarin een eenheid jonge mariniers eerst gedrild wordt en vervolgens de strijd aan gaat met een onzichtbare en onbegrepen tegenstander in een ver land dat Vietnam heet. Die scheiding in twee delen is ook het zwaktepunt van de film omdat de delen te veel als losse elementen bestaan en weinig relatie hebben. Afzonderlijk zijn ze wel sterk, vooral het stuk waarin de mariniers getraind worden door een meedogenloze sergeant en waarin een van hen zelfs bezwijkt aan de druk. De relatie met Kubricks eigen behandeling van zijn acteurs is in de ogen van de regisseur vast niet voor de hand liggend. Mede dankzij de vrij conventionele plot, voor Kubrickbegrippen dan, en structuur werdFull Metal Jacket wel een redelijk succes. Een succes dat echter groter had kunnen zijn als Kubrick door zijn eigen traagheid niet was ingehaald door Oliver Stone, die – met het door critici en publiek bejubelde Platoon – een jaar eerder was met zijn publieksfilm over de Vietnamoorlog. Stanley Kubrick was afgetroefd. En dat zou hem nogmaals gebeuren.
Meer onvoltooide projectenHet zou twaalf jaar duren voordat zijn volgende film uit kwam, een release die pas enkele maanden na zijn dood plaats vond. Waarom twaalf jaar? Om de eenvoudige reden dat hij opnieuw aan projecten werkte die uiteindelijk nooit van de grond zouden komen. Het belangrijkste daarvan was Aryan Papers, een drama over een Joodse vrouw en haar neefje die zich voordoen als katholieken om niet vervolgd te worden tijdens de Holocaust. Kubrick verrichtte research en schreef een script, gebaseerd op de roman Wartime Lies van Louis Begley, en hij was druk bezig met de voorbereidingen om te gaan filmen en de casting toen hij hoorde dat Steven Spielbergs Schindler's List klaar was om in productie te gaan. Kubrick wilde de strijd niet aangaan met publiekslieveling Spielberg en besloot het project te staken. Na bijna vier jaar aan de voorbereidingen ervan gewerkt te hebben. Kubrick richtte zich toen weer op A.I.: Artificial Intelligence, naar het science-fictionverhaal Super-Toys Last All Summer Long over een jongensrobot die – net als Pinokkio – graag een echt mens wil worden. Samen met schrijver Brian Aldiss werkte hij een deel van de jaren tachtig en negentig aan de voorbereidingen. Naarmate het project meer vorm kreeg begon Kubrick echter te twijfelen of het wel voor hem geschikt was. Hij voerde lange telefoongesprekken met Steven Spielberg, waarin ze discussieerden over het project. Uiteindelijk besloot Kubrick dat zijn collega veel beter geschikt was als regisseur en ook dit project legde hij stil. Na de dood van Kubrick in 1999 nam Spielberg het op zich de film af te maken.
Eyes Wide Shut
Eyes Wide Shut
In 1997 kwam de mededeling dat Kubrick de erotische thriller Eyes Wide Shut zou maken, gebaseerd op Traumnovelle van Arthur Schnitzler. Hierin wordt het leven van de succesvolle arts William Harford overhoop gegooid als hij hoort dat zijn vrouw Alice hem wil verlaten voor een man uit haar dromen die niettemin zo echt is voor haar dat ze er alles voor op wil geven. Vervolgens duikt de arts het nachtleven en zijn onderbewustzijn in op zoek naar begrip, maar ook wraak. De opnames vergden meer dan twee jaar, mede omdat twee van de gecaste acteurs (Harvey Keitel en Jennifer Jason Leigh) door het uitlopen van de opnames in de problemen kwamen met hun eigen schema’s. Toen bekend werd dat Kubrick in zee ging met acteursechtpaar Tom Cruise en Nicole Kidman stegen de verwachtingen over de film verder. Hou ver zou Kubrick durven gaan in het expliciet maken van de beloofde erotiek en seksscènes? Eyes Wide Shut (1999) zou uiteindelijk een van de meest conventionele films van Kubrick worden, ondanks de toch wel aanwezige erotiek en de dromerige atmosfeer. De Amerikaanse versie is zelfs nog wat braver door de digitaal toegevoegde silhouetten die de seks in de orgiescène moesten blokkeren. De kritiek op de film was niet mals, maar door de aanwezigheid van de sterren en door de plotselinge dood van de regisseur stroomde het publiek aanvankelijk toe. Kubrick was naar verluid tevreden met het resultaat, maar zoals zo vaak bleef ook hier het enigma van wat de man nu werkelijk dacht overeind. Vier dagen na de vertoning van de definitieve versie van Eyes Wide Shut overleed Kubrick.
Tentoonstelling en retrospectiefHet Deutsches Filmmuseum ging acht maanden lang op ontdekkingstocht door de nagelaten collectie in Kubricks huis nabij Londen, dat tot voor kort ontoegankelijk was. De uitgebreide tentoonstelling, een coproductie met het Deutsches Filmmuseum, werpt nieuw licht op Kubricks drijfveren en zijn werkwijze. Vele originele attributen en kostuums, scenario’s, foto’s, brieven en camera’s bieden een blik in zijn gedachtewereld. Belangrijke filmfragmenten en interviews zijn als een schil om de objecten heen geprojecteerd. Ook zijn Kubricks foto's voor Look Magazine uit de jaren veertig te zien en een twintig minuten durende audiovisuele presentatie gaat dieper in op Kubricks bijzondere gebruik van muziek. De tentoonstelling biedt een blik achter de schermen van de filmsets om zo tot nieuwe inzichten te komen over Kubricks technische innovaties en het gebruik van special effects. Dat Kubrick zijn filmprojecten tot in het kleinste detail voorbereidde, blijkt uit de hoeveelheid en de veelzijdigheid van het geëxposeerde materiaal. Een waardig eerbetoon aan een visionair filmmaker dat niet voor niets al sinds 2004 met groot succes de wereld rondreist. De manier waarop EYE het heeft vormgegeven, chronologisch en met de films centraal als kapstok voor al het gerelateerde materiaal, tilt deze tentoonstelling echter tot nieuwe hoogten.

Stanley Kubrick: The Exhibition + retrospectief (deel 1)

Met de blik van een meester

door 
22 juni 2012
Tussen 21 juni en 9 september besteedt EYE aandacht aan de legendarische regisseur Stanley Kubrick in de vorm van een unieke tentoonstellling en een uitgebreid retrospectief. 8WEEKLY kijkt terug op de carrière van een man die net zo boeiend is door wat hij niet heeft gemaakt als wat wel.

DEEL 1 | DEEL 2 

'If I had my way I would shoot a scene and then go home for a month to think about it'. 
Zo luidde Stanley Kubricks antwoord op een vraag van criticus Gene Siskel over hoe lang het duurt om een film te maken die voldoet aan Kubricks eisen.
De jonge Stanley als fotograaf voor Look
De jonge Stanley als fotograaf voor Look
Het is een veelzeggende uitspraak van een mysterieuze filmmaker en mens. Dat er een genie in hem huist zullen veel filmliefhebbers nog wel toegeven, maar daarbij zullen ze in veel gevallen ook zijn perfectionisme en meedogenloze werkmethodes aanhalen. Stanley Kubricks filmcarrière omspande 46 jaar, toch maakte hij in die periode maar 13 films. Kubrick was geobsedeerd door zijn projecten en hij werkte er met een zo extreme mate van precisie aan dat het vaak vele jaren duurde om er een af te ronden. Of niet af te ronden, zoals zovele malen gebeurde. Kubrick werkte meestal in het geheim, teruggetrokken op zijn landgoed in Engeland waar hij de laatste 37 jaar van zijn leven met zijn familie woonde. En dat voor een man die in alles een New Yorker was, de drukke en jachtige wereldstad waar het nooit stil is. Helemaal afscheid nam hij echter niet. De New York Times ontving hij dagelijks en hij keek vol passie naar videobanden met wedstrijden van de Yankees, de club waarvan hij altijd fan is gebleven. Ook verloor hij nooit het accent van de Bronx, de buurt waar hij in 1928 werd geboren en waar hij zijn jeugd doorbracht.
Jazz, schaken en fotografieDe opgroeiende Kubrick was niet zo'n ster op school. Liever richtte hij zich op fotografie en jazzmuziek. Een korte carrière als drummer brak hij af vanwege de door drank en seks beheerste nachtclubs waar hij speelde. Nee, fotografie moest het worden. Het was een start van een fascinatie die hij nooit meer verloor, ook al kwam hij er na het van de grond komen van zijn filmcarrière veel minder aan toe. Een andere grote interesse was schaken, een spel dat zijn vader hem had geleerd om de jonge Stanley wat intellectuele uitdaging te bieden. Dat schaakspel boeide hem zo, dat Kubrick opnames stil liet leggen als hij een acteur waardig achtte hem uit te dagen. Ook duikt het spel in veel van zijn films op. Jacob Kubrick gaf zijn dertienjarige zoon een camera en de jongen was al snel verkocht. Hij maakt foto’s voor de schoolkrant en ontwikkelde ze zelf in zijn eigen gemaakte donkere kamer. Op zijn zestiende verkocht hij zijn eerste foto, aan Look magazine. Toen hij van school kwam trad hij in dienst van Look als fotograaf. Veel van zijn foto’s getuigen van een eigenzinnige blik en een oog voor detail dat opmerkzaam was voor een jongen van zijn leeftijd.
Fear and Desire
Fear and Desire
In die tijd zag Kubrick ook veel films en hij maakte zelf een aantal documentaires rond 1950, toen hij zijn baan bij Lookopzegde. Om aan extra geld te komen speelde hij schaakwedstrijden voor het prijzengeld. In 1953 volgde het speelfilmdebuut, Fear and Desire, dat hij maakte met financiële steun van zijn vader. In dit debuut, een existentiële anti-oorlogsfilm over vier soldaten die in het reine met zichzelf moeten zien te komen als ze vastzitten in vijandelijk gebied, deed Kubrick vrijwel alles alleen. Ondanks de redelijke kritieken deed Kubrick de film later af als het werk van een amateur en hij verbood het vertonen ervan. Hijzelf schijnt een groot deel van de negatieven vernietigd te hebben. Dertig jaar later dook er een print op die met hoge uitzondering vertoond mag worden. In een afgesloten omgeving en slechts aan individuele kijkers. De weinigen die Fear and Desire gezien hebben, zijn het over het algemeen eens over de inderdaad gebrekkige kwaliteit.
Eerste successen
The Killing
The Killing
Zijn volgende film Killer's Kiss (1955) was de laatste die door vrienden en familie werd gefinancierd. Dat betekende in dit geval ook dat hij op vrijdagen de opnames stil legde om zijn werkloosheidsuitkering te kunnen innen. De film gaat over een uitgerangeerd bokser die iets krijgt met het liefje van een gangster en zo zijn leven in gevaar ziet komen. In 1954 startte Kubrick zijn eigen productiemaatschappij, samen met James B. Harris, en hij maakte zijn eerste grote film: The Killing (1956). De film was een succes bij de critici en heeft, door zijn nonlineaire plotstructuur, veel invloed uitgeoefend op latere generaties filmmakers. The Killing volgt een aantal conventies van de film noir, maar weet er door de structuur en montage een eigenwijze draai aan te geven. Hoewel de film het niet goed deed bij het publiek, heeft hij in de decennia na de release een flinke aanhang opgebouwd. Met het kille, maar ook aangrijpende oorlogsdrama Paths of Glory (1957) bevestigde Kubrick zijn status als de meest veelbelovende naoorlogse Hollywoodregisseur. Hij verhaalt over een kolonel in het Franse leger die tijdens de Eerste Wereldoorlog weigert zijn troepen langer aanvallen uit te laten voeren op de Duitse stellingen, omdat ze kansloos zijn tegen de overmacht. Honderd van zijn mannen moeten daarna, als voorbeeld voor de rest, terecht staan voor lafheid. Zowel critici als publiek smulden ervan en de regisseur leek een grote carrière voor zich te hebben in Hollywood. Kubrick had voor het eerst een echte ster in de hoofdrol, Kirk Douglas, en de regisseur besefte dat die weliswaar deuren kon openen, maar ook aandacht opeiste en een bedreiging kon zijn voor zijn autonomie als filmmaker. Moest hij zich in laten kapselen door het systeem, met een garantie dat hij films zou kunnen blijven maken maar wel met inlevering van autonomie, of koos hij voor zichzelf?
Spartacus
Spartacus
Tussen 1957 en 1962 maakte de regisseur een aantal gebeurtenissen mee die hem duidelijk een kant op zouden sturen. Zo zou hij samen met Marlon Brando de western One-Eyed Jacks maken. Maar na bijna een jaar besloot Kubrick eruit te stappen, omdat hij voortdurend van mening verschilde met zijn ster. Die wilde de film eigenlijk zelf regisseren en dat is uiteindelijk ook gebeurd. In hoeverre Kubricks ideeën nog terug te vinden zijn in het eindresultaat blijft de vraag. In de periode daarna onderzocht Kubrick zelf een aantal potentieel interessante projecten, waaronder dat voor een nieuwe oorlogsfilm (The German Lieutenant), maar tot een vastomlijnd plan kwam het niet. Eind 1959 benaderde Kirk Douglas hem met de vraag de regie van Spartacusover te nemen. Anthony Mann had het bijltje erbij neergegooid na vele conflicten met hoofdrolspeler Douglas. Kubrick stemde toe, beseffend dat ook hij het niet makkelijk zou gaan hebben met de van een groot ego voorziene acteur. Spartacuswerd een groot succes maar Kubrick was wel klaar met de grillen en de macht van Hollywood. Voortaan wilde hij alleen films maken waarbij hij het script, de acteurskeuze, de montage en alle andere aspecten van het filmmaken in eigen hand had. Een eerste belangrijke symbolische stap daartoe was zijn verhuizing naar Groot-Brittannie, waar hij de rest van zijn leven zou blijven.
Die verhuizing werd ook ingegeven door zijn plan om de controversiële romanLolita van Vladimir Nabokov te verfilmen. Het verhaal over professor Humbert Humbert die trouwt met de gefrustreerde weduwe Charlotte Haze om in de buurt te kunnen zijn van haar twaalfjarige dochter Lolita, was een potentiële prooi voor Amerikaanse censors. Om de controverse voor te zijn was Lolita in de filmversie veertien jaar en werd de film bij de release voorzien van een 'Adults Only' sticker. Maar onder druk van de studio moest hij nog verder gaan en delen uit de film verwijderen die de seksuele spanning tussen Humbert en Lolita illustreerden. Daardoor is het in het eindresultaat nooit echt duidelijk of dit alles echt gebeurd is of slechts een illusie in het hoofd van de professor. Door alle hype vooraf werdLolita (1962) wel een groot succes. De kritiek was echter verdeeld.  
Nucleair Oscarmateriaal
Dr. Strangelove
Dr. Strangelove
In 1964 maakte Kubrick een film die je met een gerust hart een meesterwerk mag noemen en die de nieuwe standaard zette voor een genre dat weinigen beheersen: de zwarte komedie.  Dr. Strangelove: Or How I Learned To Stop Worrying and Love the Bomb is gebaseerd op de roman Red Alert van Peter George en was in eerste instantie bedoeld als thriller over de Koude Oorlog. Maar tijdens het schrijven, samen met George en meestersatiricus Terry Southern, merkte Kubrick dat het script hem steeds aan het lachen maakte. Hij besefte dat de tijd rijp was voor een komedie die de draak stak met een nucleaire oorlog, een fenomeen dat de westerse wereld daadwerkelijk angst aanjaagde op dat moment. Peter Sellers had drie rollen in de film, waaronder die van dokter Strangelove (een voormalig Nazi die nu adviseur is van de Amerikaanse president, maar zijn oude gewoonten nog niet helemaal af is geleerd). Kubrick verdiende er zijn eerste van vier opeenvolgende Oscarnominaties mee.
2001: A Space Odyssey
2001: A Space Odyssey
Vlak na de release vanStrangelove benaderde Kubrick science-fictionschrijver Arthur C. Clarke voor een samenwerking. Diens verhaal The Sentinel(1948) fascineerde Kubrick en hij wilde de mogelijkheden onderzoeken er een film van te maken. Hun samenwerking zou resulteren in Kubricks beroemdste film. Toen 2001: A Space Odyssey in 1968 afgevuurd werd op het publiek wist dat niet wat het overkwam. 2001 is een film die afweek van alle gebaande paden en revolutionair was in zijn gebruik van special effects en klassieke muziek op de soundtrack. Ook de kritiek was verdeeld, uiteenlopend van pure aanbidding tot het gebruik van woorden als 'saai, aanmatigend, halfslachtig, pretentieus en volledig de weg kwijt'. Kubrick gaf ooit toe dat meer dan 200 mensen wegliepen uit een screening voor professionals, waaronder het hoofd van productiemaatschappij MGM.
Toen de film uitgroeide tot een succes draaiden ook veel critici bij. Langzaamaan groeide de populariteit en toen 2001 in 1969 en 1970 een rerelease kreeg bereikte die pas een piek. Dat kwam mede door het omarmen ervan door de jeugd en de toen alom aanwezige drugsscene. De leden daarvan waren ervan overtuigd dat de film pas begrepen werd onder invloed van stimulerende middelen. MGM begreep die aantrekkingskracht en voorzag de film bij een nieuwe rerelease in 1972 van de tagline 'The Ultimate Trip'. Juist door het ontbreken van een eenduidige interpretatie kon 2001 uitgroeien tot een fenomeen. Kubrick en Clarke waagden zich nooit aan uitleg en zeiden dat elke versie de goede was. Clarke zei zelfs ooit: 'If you understand the film then Stanley and I have failed.'
In de twee jaar daarna werkte Kubrick aan Napoleon, een biografie waarvoor hij een uitgebreid script schreef en veel onderzoek deed naar bronnen en filmlocaties. Hij was gefascineerd door de persoonlijkheid van de man die genialiteit en het vermogen om fatale strategische beslissingen te nemen in zich verenigde. Hij stond op het punt met de opnames te beginnen in 1970 toen Waterloo, met Rod Steiger als Napoleon, uitkwam en flopte. Kubrick bedacht zich, maar zou nog vele malen terugkeren naar zijn researchmateriaal, wachtend op het moment dat de tijd wel rijp zou zijn voor de epische biopic die hij voor ogen had