vrijdag 13 april 2012
Lambchop - Mr. M
vrijdag 6 april 2012
Nieuw werk met modern klassieke musici: Indieclassical is geboren
Robert van Gijssel − 06/04/12, 06:00

© ANP. The National
Natuurlijk, we kenden de Amerikaanse indieband The National als een gezelschap dat het orkestrale geluid niet schuwt. Dat fijn gearrangeerd drama in haar sombere gitaarmuziek steekt en de piano soms de route laat uitstippelen.
Maar op het Holland Festival van vorig jaar lieten de gebroeders Aaron en Bryce Dessner, de gitaristen van The National, een heel ander klassiek gezicht zien. In de productie The Long Count, een multimediaal muziektheaterstuk over het ontstaan van de tijd, speelden de broers naast een 12-koppig orkest en vocalisten als Matt Berninger, ook van The National, en Kelley Deal van The Breeders een liederencyclus waarop nog het best het etiket 'minimaal hedendaags' geplakt kon worden.Hoge Kunst
The Long Count, dat in tournee de wereld over ging, werd niet helemaal begrepen. 'Je bent voortdurend op zoek naar betekenis, maar waarschijnlijk is die er helemaal niet', schreef een Amerikaanse recensent. 'Ze moeten zo nodig Hoge Kunst maken', klonk het door in Nederlandse kritieken.
De Volkskrant stelde op Spotify een indie-classical playlist samen, met werk van de Radiohead-gitarist Jonny Greenwood, de gitarist en componist van The National Bryce Dessner, componist Nico Muhly en Sufjan Stevens.
Geslaagd of niet: The National toonde met The Long Count wel aan over een brede muzikale blik te beschikken. Dat hadden ze al eerder bewezen, bijvoorbeeld met projecten voor het Eindhovense festival Cross-linx dat sinds de eeuwwisseling probeert popmuziek aan klassiek te verbinden.
De broers Dessner, waarvan Bryce morgen in Eindhoven het ambitieuze project Planetarium in wereldpremière ziet gaan, kunnen worden gezien als vaandeldragers van een lichting muzikanten die steeds soepeler opereert in klassieke en orkestrale omgeving. Vrijdenkers, die samenhokken met modern klassieke componisten als de Amerikaan Nico Muhly.
De lijnen tussen de muzikale genres worden de laatste jaren driftig weg gegumd en er staat ons hokjesdenkers nog wat te wachten de komende tijd. Allereerst dus het werkstuk Planetarium, gemaakt door Bryce Dessner en diens huisvriend Sufjan Stevens. Het stuk werd geschreven in opdracht van het Muziekgebouw Eindhoven.
Schrik niet van de bezetting: zeven trombones, vier strijkers, een toetsenist, drumcomputer en gitaar. Het project verhuist van Eindhoven naar het Amsterdamse Muziektheater en dan naar het Londense The Barbican en het Sydney Opera House.
Nog wat voorbeelden van de hausse aan nieuwe muziek. De Poolse modern klassieke componist Krzysztof Penderecki komt met een cd met de gitarist van Radiohead, Jonny Greenwood.
Op de komende editie van het Holland Festival zal deze Greenwood aantreden met eerdergenoemde Bryce Dessner. Het Amsterdam Sinfonietta zal dan werk van de twee uitvoeren zoals Greenwoods ongrijpbare Popcorn Superhet Receiver.
En dan is er nog de Faeröerse songwriter Teitur, die alle muzikale grenzen doorbreekt met werk dat hij schreef in opdracht van het Nederlands Blazers Ensemble. Vervolgens mogen ons ook nog verheugen op een stroom neo-klassieke popmuziek van pianisten als de Amerikaan Peter Broderick en de Duitser Nils Frahm.
Spotify
Waar danken we die opkomende beweging van de 'indie-classical' aan, zoals de stroming in New York wordt genoemd? Frank Veenstra, drijvende kracht achter het festival Cross-linx en artistiek manager van het Eindhovense Muziekgebouw, zoekt de verklaring in niets minder dan de tijdgeest. 'In een tijd waarin werkelijk alles vierentwintig uur per dag beschikbaar is, dankzij internet, verdwijnt de hokjesgeest', zegt hij. 'Vroeger kon je je onderscheiden met je muzieksmaak, je was bijvoorbeeld een new waver, tegenwoordig doet zoiets er niet echt meer toe. Men zoekt niet meer naar muziek in een bepaalde stroming maar naar kwaliteitsmuziek die een diepere ervaring kan bieden.'
Zo kan een muzikaal bovengemiddeld geïnteresseerde volgens Veenstra op Spotify snel schakelen tussen Bartók en The National, zonder nu het idee te hebben enorm grensverleggend bezig te zijn. Die vanzelfsprekendheid ziet Veenstra terug bij een generatie popmusici met gelijkgestemde muzikale opvattingen, die worden vertolkt bij pop, jazz en hedendaags klassiek. Tot welke bloedgroep ze behoren, doet er bij de artiesten ook niet meer toe.
Rockband
De bereidheid van popmusici om zich te wagen aan modern klassiek materiaal moet door de noodlijdende klassieke beroepsgroep worden ervaren als een geschenk uit de hemel, erkent Veenstra: 'Er is natuurlijk iets aan de hand in de klassieke sector. We kunnen wel stellen dat de klassieke muziek zoals we die nu kennen over een aantal jaren een veel minder prominente plek in het culturele aanbod zal hebben.'
Oorzaak: vergrijzend publiek, afnemende interesse bij de jonge doelgroep. Gevolg: lege zalen, zeker bij 'moeilijk' hedendaags. Vandaar dat de zalen en de klassieke labels de poorten wijd opengooien voor componeertalent als dat van de Dessners, Greenwood, Teitur en bijvoorbeeld Tyondai Braxton van de innovatieve rockband Battles , plús het gevolg dat achter deze heren aanloopt.
Je zou bijna kunnen stellen dat de popmusici voor een karretje worden gespannen, ter popularisering van een muzikale bedrijfstak in het nauw. Veenstra: 'Je hoopt dat je een deel van dat nieuwe publiek blijvend aan je concertzaal weet te binden. Maar ik betwijfel of de gezelschappen of zalen om die reden willen samenwerken met jongens uit het popcircuit. Volgens mij gaat het puur om spannende muziek.'
De componisten uit de pophoek daarbij in een warm bad, aldus artistiek manager Veenstra, omdat er momenteel nauwelijks 'leidende nieuwe klassieke muziek' is. 'Bij nieuw werk van Steve Reich of Wolfgang Rihm loopt de zaal misschien nog net vol. Maar wij boekten onlangs de jonge IJslandse pianist Ólafur Arnalds van Erased Tapes, en zijn concert was uitverkocht.'
Kritiek op het versmeltingsdenken, zoals al geuit op de eerste hedendaagse projecten van The National, zal nog wel even aanhouden, uit beide kampen. Veenstra: 'In het klassieke huis zal men denken: het komt uit de pop, het zal wel niets zijn. Bij de pop zal gezegd worden: ze moeten zo nodig moeilijk doen. Maar dat zijn cynici. Zolang wij maar goede muziek te horen krijgen.'
Planetarium van Sufjan Stevens, Bryce Dessner en Nico Muhly met het New Trombone Collective en het Navarra String Quartet: wereldpremière Muziekgebouw Eindhoven, 07/04 (uitverkocht), Muziektheater Amsterdam, 08/04. Muziek van Dessner en Jonny Greenwood wordt in juni uitgevoerd op het Holland Festival.
![]() |
| VPROgids bijlage 19-05-2012 |
woensdag 4 april 2012
Google Art Project maakt kunst in Witte Huis en Koninklijk Paleis zichtbaar
Just Fontein, Heleen van Lier − 03/04/12, 09:59
Google is sinds vandaag doorgedrongen tot onder andere het Koninklijk Paleis Amsterdam en het Witte Huis in Washington. Het is onderdeel van het Google Art Project, dat vandaag wereldwijd meer dan 30 duizend kunstwerken uit 151 topinstellingen toegankelijk heeft gemaakt.
In het Koninklijk Paleis kunnen 72 kunstwerken van 26 kunstenaars 24 uur per dag bezichtigd worden. In het Witte Huis zijn 139 kunstwerken van 91 kunstenaars online beschikbaar gemaakt. En virtuele bezoekers kunnen bijvoorbeeld een kijkje nemen in het kantoor van Barack Obama.
Tien keer zo groot
GoogleArtproject.com bestaat sinds vorig jaar en bevatte al de kunst van zeventien musea, waaronder in Nederland het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum. Het wordt nu in één klap bijna tien keer zo groot. Erbij komen Museum Boijmans Van Beuningen, Kröller-Müller, het Gemeentemuseum Den Haag en het Paleis op de Dam. In totaal zijn er 451 schilderijen uit Nederlandse musea te zien, zo maakt Google vandaag bekend. In België wordt het Museum voor Schone Kunsten in Brussel toegevoegd.
In de tweede versie van Google Art is de diversiteit ook flink verhoogd: er is niet alleen westerse kunst te zien. Zo zijn het Museum voor Islamitische Kunst in Qatar en de Nationale Galerij voor Moderne Kunst in India vandaag toegevoegd en is Braziliaanse straatgraffiti, en eeuwenoude Afrikaanse rotskunst aan de digitale collectie toegevoegd.
Projectleider Davies: 'Omdat we met Google Art een zo breed mogelijk publiek willen bereiken, is het geweldig dat we nu ook sculpturen, schetsen, aardewerk en kunst van buiten Europa kunnen laten zien.'
Gigapixel
De gangen van het New Yorkse Metropolitan Museum en het Hermitage Museum in Sint Petersburg waren al virtueel te bezoeken. In een groot aantal van de musea kun je met Street View langs de schilderijen lopen. Ook stellen sommige instellingen een schilderij beschikbaar in gigapixelresolutie: je kunt op de verf inzoomen tot in de poriën van het gezicht van, bijvoorbeeld, Botticelli's Venus in het Uffizi in Florence, of dat van kapitein Frans Banninck Cocq op de Nachtwacht. Het nieuwste Nederlandse schilderij in gigapixelresolutie is Gerechtigheid (1662) van Jürgen Ovens in het Paleis op de Dam. Op zo'n gigapixelfoto kan met de 'microscopeviewer' worden ingezoomd op de verf.
De site maakt in één oogopslag zichtbaar in welke collecties schilderijen van een kunstenaar te vinden zijn: liefhebbers van Van Gogh kunnen zien waar ter wereld zijn schilderijen zich bevinden.
Google Art wil ook een sociale functie uitbouwen: bezoekers kunnen een 'eigen' collectie samenstellen en deze delen met vrienden. De Britse projectleider James Davies ziet een grote belangstelling voor een sociaal netwerk rondom kunst: 'In de eerste versie werden al ruim 200.000 van deze collecties aangemaakt. We merken dat bezoekers het leuk vinden zo kunst te verzamelen en erover te discussiëren met hun vrienden.'
Enthousiast
Door de uitbreiding van de Google Art-website wil Google kunst dichter bij de mensen brengen, zegt Davies. 'De digitale reis heeft natuurlijk niets te maken met de fysieke ervaring van kunst kijken, maar ik geloof dat mensen op deze manier enthousiast kunnen worden gemaakt voor kunst.'
Dat is volgens woordvoerder Sylvia Gentenaar de reden waarom Kröller-Müller meedoet aan het project. 'Een aantal van onze schilderijen staat al op onze eigen website. Maar door mee te doen op een platform met de grootste internationale kunstinstellingen komen mensen veel sneller in aanraking met onze collectie. We denken zo meer bezoekers te trekken.'
Kröller-Müller heeft vijftien werken beschikbaar gesteld aan Google Art: 'Want voor heel veel beelden moeten we gewoon beeldrecht betalen. Voor een Mondriaan bijvoorbeeld betaal je een vermogen aan het rechthebbende bedrijf in de Verenigde Staten.'
Het Van Gogh Museum in Amsterdam zag door deelname aan het Google Art-project de bezoekersaantallen van de website stijgen. 'Google Art verscheen al snel in de toptien van websites die doorverwezen naar onze eigen site. Dat is zeer belangrijk voor ons', zegt Nathalie Bos, die het project begeleidde voor het museum.
Op de kaart
Benno Tempel, directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, wil door deelname zijn museum internationaal op de kaart zetten. 'Bovendien valt er via internet heel goed te meten welke werken in onze collectie het goed doen bij de bezoekers, en dat is voor de marketing weer interessant.'
Tempel ziet al voor zich hoe mensen zich via Google Art voorbereiden op een kunstreis door Nederland. 'Wij hebben de grootste collectie van Piet Mondriaan. Met één druk op de knop kunnen mensen dan direct zien waar ze in Nederland nog meer moeten zijn om zijn schilderijen te bezichtigen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Mr. M start met strijkers in het openingsnummer 'If Not I'll Just Die' en je verwacht elk moment de stem van Frank Sinatra. Het album zet je direct op het verkeerde been, want het is niet de stem van ‘the Voice’ die je hoort, maar de warme crooner stem van Wagner die de oren streelt. De tweede compositie '2B2' heeft gelukkig een wat andere signatuur;Mr. M is daarmee dus geen typisch crooner-album. Voor de fans is het inmiddels duidelijk dat dit een echt Lambchop album is. Wie bijvoorbeeld de Britse band Tindersticks net wat te somber vindt, kan prima terecht bij Lambchop. Niet alleen omdat Wagners stem aanzienlijk hoger is dan de donkere stem van Stuart Staples, maar ook omdat de melodieën van Lambchop een wat lichtere, lente-achting uitstraling hebben. Lampchop mixt dan ook country (noir) met jazz, folk en alternatieve rock tot een eigenzinnige cocktail. Het tempo van het album ligt altijd aan de lage kant met af en toe een kleine versnelling.


