blogsurf

vrijdag 6 maart 2015

Roy Andersson op dvd

Gortdroog existentialisme

20 december 2010

 

 

Een dvd-box met het oeuvre van de eigenzinnige Zweedse filmmaker Roy Andersson is helaas niet compleet, maar geeft een overtuigend overzicht van de ontwikkeling van zijn vaak gortdroge stijl.

Roy Andersson debuteerde in 1970 met de speelfilm A Swedish Love Story (En kärlekshistoria), in 1975 gevolgd door Giliap. Zijn doorbraak kwam pas in 2000 met Songs from the Second Floor (Sånger från andra våningen) en zijn laatste film is You, the Living (Du levande, 2007). Tussen deze lange films door heeft hij twee korte films gemaakt, die beide op de dvd-box zijn verschenen: Something Happened (Någonting har hänt) uit 1987 en World of Glory (Härlig är jorden) uit 1991, waarvan de eerste handelt over de mythen rondom AIDS. Het leeuwendeel van zijn carrière bestaat echter uit het maken van reclamefilmpjes, meer dan vierhonderd in totaal.

Statische shots

 
Giliap
De speelfilms zijn op te delen in twee categorieën, die beide, met een tussenruimte van een kwart eeuw, een decennium beslaan. De eerste twee films uit respectievelijk 1970 en 1975 kenmerken zich door een verhaallijn opgebouwd rond enkele thema's, die op een conventionele manier wordt getoond. Hier en daar is een lichte hint terug te vinden van de stijl die Andersson in zijn laatste twee films laat zien, uit respectievelijk 2000 en 2007. Meer nog dan de eerste twee films lijken de laatste twee sterk op elkaar, alsof het één film is, opgedeeld in tweeën. Ondanks het zeer eigenzinnige karakter van Songs from the Second Floor en You, the Living grijpt de laatste op zijn beurt terug naar enkele elementen die in Giliap (helaas geen onderdeel van de box) aanwezig zijn, zoals het veelvuldig aanwezig zijn van koperen blaasinstrumenten. Opvallend aan alle films van Andersson is dat hij doorgaans gebruik maakt van amateuracteurs, die niet zelden recht in de camera kijken. Hiermee breekt de regisseur met een belangrijke filmregel. In zijn latere films kenmerkt zijn stijl zich door statische shots, met prachtig kleur- en lichtgebruik.

 

 

 
World of Glory
De korte films, World of Glory en Something Happened, kenmerken zich beide door een tableaustijl, die Andersson in zijn latere speelfilms consequent doorzet. World of Glory opent met een verwijzing naar nazi-gruweldaden, ook iets dat in zijn latere langspeelfilms terugkomt. Naar eigen zeggen heeft hij deze scènes in zijn films verwerkt omdat hij sinds zijn jonge jaren wordt achtervolgd door het idee dat beschaafde mensen tot zulke wreedheden in staat zijn. Na de openingsscène wordt de film verteld door een makelaar, die in korte fragmenten zijn leven aan ons toont. De soms gortdroge stijl is in deze korte film nog in ontwikkeling. Later grossiert Andersson hierin, met name in Songs from the Second Floor. Something Happened kan gezien worden als een mockumentary over AIDS. Met korte schetsen en wat feitenonderzoek wordt het ontstaan en AIDS-preventie onder de loep genomen. Hierin wordt de zwarte humor niet geschuwd: het ontstaan van de ziekte wordt gepresenteerd door een professor, die met hilarische lichaamstaal laat zien hoe de ziekte volgens hem bij mensen is overgedragen toen een neger werd gebeten door een meerkat.

 

Realistische insteek

 
A Swedish Love Story
A Swedish Love Story, Anderssons debuut, onderscheidt zich van de andere films door zijn veel conventionelere aanpak. Het verhaal vertelt over een ontluikende liefde tussen twee tieners. Met de nodige tegenslagen komen zij uiteindelijk tot elkaar en leren ook hun ouders elkaar kennen, wat tot een bizar en grimmig slot leidt. De film laat het Zweden van begin jaren zeventig zien door de ogen van mensen uit verschillende sociale klassen. Deze veel realistischere insteek verschilt van de meer surrealistische en absurdistische verteltrant van zijn latere films. Desondanks wordt ook deze film gedragen door een existentialistische onderlaag.

 

In Songs from the Second Floor presenteerde Andersson zijn eigenzinnige volwassen stijl, waarmee hij zichzelf internationaal op de kaart zette. Alle elementen uit zijn eerdere films, zoals zijn oog voor de menselijke conditie, absurde humor en de in de korte films gebruikte tableaustijl komen hier bij elkaar in een 98 minuten durende climax, waarin menselijk leed wordt verpakt in absurdisme, surrealisme, existentialisme, maar bovenal droge en dikwijls zwarte humor.

Faillissement

 
Songs from the Second Floor
De film als geheel beschrijven is lastig (bij You, the Living wordt dat nog lastiger). In 64 tableaus worden meerdere verhaallijnen uiteengezet, waarbij zich gaandeweg enkele rode draden ontvouwen. Een daarvan is de persoon Kalle, wiens lijden we vanuit ongewone camerastandpunten leren kennen. Kalles zoon is een dichter die uiteindelijk is doorgedraaid. Deze treurige gebeurtenis veroorzaakt voor Kalle een reeks persoonlijke catastrofes, met als thema faillissement. En waar dat bij Kalle vooral financieel lijkt, laat Andersson op de achtergrond zien dat ons kapitalistische systeem een veel groter faillissement in zich heeft, namelijk dat van onze menselijke waarden. Dit laatste wordt meesterlijk neergezet in de laatste scène van de film. Een andere rode draad is de ervaring van de tijd, die door de files, oude mensen, vertraagde cinema en anachronismen meerdere keren aan bod komt.

 

De manier waarop Andersson in deze film met voorgrond en achtergrond speelt, en de manier waarop hij zijn humor laat ontstaan, doen denken aan Jacques Tati: afleiding op de achtergrond, zodat de achtergrond voorgrond wordt en omgekeerd. Maar waar Tati vaak uiterst secure en drukke mises-en-scène maakte, heeft Andersson voldoende aan een minimaal, maar eveneens secuur uitgewerkte situatie. De statische uitwerking en de precisie van alle elementen in een scène maken dat ogenschijnlijk normale situaties plotseling gortdroog worden. Wanneer dan plotseling de camera wel een keer beweegt, voelt dat vreemd aan.

Droomlogica

 
You, the Living
In You, the Living (Du levande), gebaseerd op een gedicht van J.W. von Goethe, is nog minder sprake van een plot. Meer nog dan in Songs from the Second Floor nagelt Andersson onze onontkoombare menselijke conditie vast, karikaturaal en cartoonesk. In deze film is er werkelijk geen ontsnappen aan. You, the Living is subtiel vormgegeven door een uitmuntende belichting, die zo is, dat er vrijwel geen schaduwen zichtbaar zijn. De bekentenis van een psychiater vat de film mooi samen. Hij is opgehouden te geloven dat mensen goed, aardig of lief zijn. Hij koestert niet langer de illusie dat de mens wel te redden valt door gesprekstherapie. Sinds hij begonnen is met het voorschrijven van pillen, is zijn werk weer leuk geworden, want daarvoor was hij bijna zelf levensmoe geworden.

 

Een ander terugkerend thema is de droom. We zien eerst een personage zijn of haar droom vertellen, en daarna, al smullend van het verhaal, zien we deze droom uitgebeeld. De film zelf volgt deels zelf de logica van een droom, en dus wordt hetgeen je ervaart als kijker, je nogmaals als een spiegel voorgehouden. Want ondanks dat de verschillende tableaus haaks op elkaar lijken te staan, ervaar je wel een zekere samenhang. De camera fungeert in You, the Living meer nog dan in de andere films als een raam naar de wereld. Alsof wij, de kijker (of de levenden) van een andere planeet komen en de mens in al zijn eigenaardigheden leren kennen. Keer op keer uitvergroot, veelal gortdroog gebracht.

De 'Roy Andersson Collection' wordt door Lumière gedistribueerd en bevat A Swedish Love Story, Songs from the Second Floor, You, the Living en de korte films Something Happened en World of Glory. Giliap wordt (met alleen Zweedse ondertiteling) gedistribueerd door Sandrews in Zweden, waar ook de Engels ondertitelde set '5 x Roy Andersson' (Scanbox) met de korte films en Anderssons studiefilms te koop is.

 

Filmmaker Roy Andersson zet zijn camera stil in een absurdistische wereld

Een still uit A Pigeon Sat on a Branch (2014).

Een still uit A Pigeon Sat on a Branch (2014). Screenshot Cine maldito

Een treurige, vermoeide oude man in een chique kantoor. In de ene hand een pistool, in de andere een ouderwetse telefoon. Hij luistert en prevelt soms wat in de hoorn. Ja, ja. En dan: “Ik ben blij te horen dat het zo goed met je gaat.”

Een ultiem Roy Andersson-moment. Hij is de Zweedse grootmeester van het droefkomische absurdisme. Zijn film A Pigeon Sat on a Branch, Reflecting on Existence werd gisteren op het 71ste filmfestival in Venetië, La Biennale, met groot enthousiasme onthaald.

 

 

In de krant haal ik vandaag de strenge woorden van critica Pauline Kael aan: “herhaling zonder ontwikkeling is verval”. Nu al besef ik dat het in sommige gevallen onzin is. Moet een schilder als Edward Hopper zich ‘ontwikkelen’? Moet Roy Andersson dat? Wat hij doet is uniek.

De Zweedse regisseur Roy Andersson doet nu exact hetzelfde als hij al vijftien jaar geleden deed, in You, the Living (2000) en Songs From the Second Floor (2007). Een filmtrilogie, maar eigenlijk één doorlopende film.

De trailer van You, the Living:

 

 

En Songs from the Second Floor:

 

 

Stille beelden van desolate plaatsen

Ziet u het verschil? Anderssons camera registreert al vijftien jaar bewegingloos desolate keukens, slaapkamers, bars en gangen vol gesloten deuren. Zijn kleurenpalet is miserabel groen, grijs en crème. Alles oogt extreem saai, maar vergis u niet: passagiers van een metrorijtuig kunnen zomaar, met onbewogen blik, een opera aanheffen. De 17de-eeuwse krijgsheer Karel XII kan met paard en aanhang een kroeg binnen galopperen. In Anderssons’ wereld is dat normaal.

Alleen toeschouwers hebben er lol om

Zijn helden zijn morsige, gekreukelde zakenlui die vergeefs hopen op succes. In deze film zijn dat Jonathan en Sam, een droeve Laurel & Hardy die fopartikelen verkopen: vampiertanden, een lachkussen, een masker van Oompje Eenoog - “een nieuwe artikel waar we veel van verwachten”. Ze wanen zich in de ‘entertainment-business’. Willen mensen helpen pret te hebben.

Maar de enige die pret hebben zijn wij, de toeschouwers. Voor Anderssons helden valt er niets te lachen: ze zijn eenzaam, fragiel en verloren, ze snakken naar liefde en begrip. En ze doen daar malle en treurige dingen voor. Soms richten ze zich direct tot de zaal, al kunnen wij ze niet helpen. Net zomin als al die mensen die vaak op de achtergrond zwijgend toekijken als iemand sterft, een pak slaag krijgt of zichzelf vernedert.

Een trilogie voor de eeuwigheid

Een film kost Andersson zo’n zeven jaar: zo krijgt hij zijn timing perfect. Hij priegelt het nauwkeurig in elkaar in zijn eigen studio, niks is echt. Zo wordt elke scène een vondst, elke film een meesterwerk en de trilogie iets voor de eeuwigheid. Alleen Roy Andersson maakt de tragiek van het leven zo godvergeten grappig.

Hoe hij dat betaalt? Met commercials die ook weer gewoon Anderssonfilms zijn. Zoals deze.

 

 

A Pigeon Sat On A Branch Reflecting On Existence: liefdevol en meedogenloos (*****)

 
04-03-15   11:32 uur  - Bron: Het Parool
 
© Roy Andersson
Recensie

Er zit geen misser tussen de negentig minuten van Roy Anderssons droogkomische meesterwerk A Pigeon Sat On A Branch Reflecting On Existence, dat zowel liefdevol als meedogenloos is.

 
A pigeon sat on a branch reflecting on existence

Ons oordeel: ★★★★★
Bioscoop: Eye, Kriterion, Rialto
Regie: Roy Andersson
Met: Holger Andersson, Nils Westblom, Lotti Törnros, Jonas Gerholm, Ola Stensson

Met Roy Andersson kun je lachen. De Zweed doopte zijn nieuwe film A Pigeon Sat On A Branch Reflecting On Existence, maar de duif in het openingsbeeld is een opgezet en nogal krakkemikkig exemplaar, dat in een museumvitrine op een takje zit. Het beestje wordt bekeken door een meneer met een lijkbleek gezicht, dat suggereert dat ook hij bijna opgebaard kan worden.

Dan volgt een huishoudelijke mededeling: we kijken naar het derde deel van een trilogie over het mens-zijn. Het eerste deel stamt uit het jaar 2000 en heette Songs From The Second Floor, deel twee kwam zeven jaar later en werd als You, The ­Living uitgebracht. Beide films bevatten beelden die zich permanent in het geheugen hebben genesteld. In dat laatste is Andersson een kei.

Gestileerde tableaus
De trilogie is een inmiddels tot monumentenstatus verheven verzameling korte scènes en sketches, die geen doorlopend verhaal vertellen, maar in stijl, inhoud en werking een volstrekt organisch en uniek geheel vormen. Wat eruit opdoemt, is een treffend en troostrijk mensbeeld, dat zowel liefdevol als meedogenloos is.

De archaïsche term 'het menselijk tekort' is meer iets voor boekhouders; wie naar Andersson kijkt, ziet en herkent de worsteling en het ongemak. We doen allemaal ons best, maar of het goed genoeg is, valt te betwijfelen. Andersson illustreert dat in voortreffelijk gestileerde tableaus, die een tragikomische werking hebben.

Na de duif en de huishoudelijke mededeling slaat hij meteen geweldig toe met een drietal scènes die als 'drie ontmoetingen met de dood' worden aangekondigd. In ontmoeting 1 kijken we in de eetkamer van een flatwoning en zien we door de keukendeur een vrouw die neuriënd het eten bereidt. Haar te dikke man, in een te strakke broek, neemt intussen de wijnfles ter hand, pakt de kurkentrekker en is na poging één, twee en drie de sigaar.

Schets van vriendschap
Het doorkijkje, de opbouw en de aandoenlijk lullige val maken de sterfscène tot een typische Anderssonklassieker, die over een jaar of zeven ineens door het geheugen kan spoken, wanneer een muurvaste kurk een glaasje in de weg staat.

Tot zover de eerste minuten van Anderssons droogkomische meesterwerk. Er volgen er nog een stuk of negentig en er zit geen misser tussen. Liefdevol is de maker in zijn schets van de vriendschap tussen twee falende handelsreizigers, meedogenloos in de afrekening met het kolo­niale verleden en onze omgang met dieren. Aandoenlijk en grappig is hij altijd.


Lees vandaag (4-3) in PS van Het Parool een reportage vanuit Stockholm, op bezoek bij Andersson.

(Door: Bart van der Put) 
 

Anouar Brahem: Souvenance

 

 

In 2010 brak in Tunesië de Jasmijnrevolutie uit. Later sloeg dit fenomeen naar andere landen over en leerden wij de Arabische lente kennen. Helaas moet na vier jaar worden geconcludeerd dat de Arabische lente de bevolking van betrokken landen bitter weinig heeft opgeleverd. Zo is Libië na de afzetting van Kaddhafi ten prooi gevallen aan een stammenstrijd, die het hele land in zijn greep houdt. In Egypte heeft men de ene alleenheerser voor de andere ingeruild en in Syrië strijden vele partijen vooral tegen elkaar. Tevens exporteert men geschillen in toenemende mate naar Europa en andere werelddelen.

Componist Anouar Brahem liet zich bij het tot stand komen van zijn nieuwe werkstuk Souvenance inspireren door de Arabische lente. Juist in zijn geboorteland Tunesië lijkt de revolutie met vallen en opstaan voorlopig de meeste kans op enig succes te boeken. Volgens Brahem gaat het om buitengewone gebeurtenissen, die het leven van miljoenen mensen opschudden en hopelijk duurzaam veranderen. De gehele samenleving wordt als het ware in het diepe gegooid. Veranderingen gaan gepaard met gevoelens van zowel grote angst als met vreugde en hoop. Niet dat er een oorzakelijk verband is tussen de composities en de gebeurtenissen, aldus Brahem, maar de Arabische lente heeft hem uiteraard niet onberoerd gelaten. De onrust en veranderingen hebben uiteindelijk toch de nodige impact op zijn leven en werk gehad.

Brahem presenteerde zijn nieuwe werk Souvenance voor het eerst in het Romeinse theater van Carthago voor een publiek van 8000 mensen. Het album werd vorig jaar opgenomen in Lugano. Dit gebeurde onder leiding van producer Manfred Eicher. Hij voorzag al menig album van het hoog in aanzien staande ECM-label van een glashelder geluid. Brahem laat zich op Souvenance bijstaan door de geweldige pianist François Couturier, Klaus Gesing (basklarinet/sopraan saxofoon) en Björn Meyer (bas). Het Tallinn Chamber Orchestra speelt verder een prominente rol. Zoals vanouds staat vanzelfsprekend de oud (snaarinstrument afkomstig uit het Midden Oosten) centraal, door Brahem zelf bespeeld.

Het album opent met Improbable Day. De kans op revolutie in zijn vaderland was onwaarschijnlijk klein, maar toch begon juist daar de Arabische lente. Dit gegeven onderstreept Brahem niet met tromgeroffel of schetterend koper. Nee, op bedaarde toon zwaait hij de scepter. Voert aanvankelijk een elegante piano de boventoon, al rap wordt deze van breekbare orkestratie en oud vergezeld. Bas en blazers zorgen verderop het album juist voor de nodige scherpte en dynamiek. Elders is de toonzetting van meer dramatiek voorzien en wordt ook het geweld en de grimmigheid van de revolutie in al zijn subtiliteit hoorbaar.

Aanvankelijk liet zich dit dubbelalbum als net iets teveel van het goede beluisteren. Inmiddels weet ik beter en ben ik gebiologeerd geraakt door dit ontroerende werkstuk. Wellicht geheel in tegenstelling tot de thematiek, ervaar ik het nochtans als een even langdurig als weldadig warm bad.